ZEN WITHOUT A MASTER

For Frenk Meeuwsen, a drawing is like a Zen garden: wavy lines on snow-white paper. In those lines, he searches for the essence of Japan, for truth, and for himself. His book Zen Without a Master is visual philosophy.

Meeuwsen worked for three years on the graphic novel Zen Without a Master, in which he puts his search for spirituality down on paper in 55 brief chapters. Many of the experiences take place in Japan, where he draws sad girls’ eyes for an animation studio. He also regularly revisits his youth in the Netherlands, with his father as his rst guru.
As the result of an eye defect, Meeuwsen has no depth perception and, as a story- teller, he makes repeated use of this irony to point out pitfalls in the way to the truth.

What is the sound of one hand clapping? Meeuwsen solves this famous puzzle of Zen philosophy quite simply: it “sounds” the
way applause is depicted in sign language for the deaf. And, of course, he provides an illustration too, and this solution is also characteristic of his approach to spiritual- ity, in which laughter is encouraged. Applying Dutch common sense, he takes on Japanese Buddhism, making some surprising discoveries along the way.

Zen Without a Master is drawn in crisp black and white, in the style of the French artist David B., who is one of Meeuwsen’s great role models. In Asian calligraphy, the black brushstroke on snow-white paper is an exercise in both concentration and gracefulness: the artist has to focus while letting go. In the Japanese Zen garden,
the dark grooves in the white gravel create patterns for meditating monks to follow, in order to forget themselves. Meeuwsen also has a fine tale to tell about the black belt that he received as a karateka: if you often fight, the black wears o , until a white belt remains. The art of the paradox.

Frenk Meeuwsen (b. 1965) studied at the Gerrit Rietveld Academie and the Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. He is also
a practitioner of martial arts and has a black belt in karate. His fascination with the philosophical thinking of the Far East took him to Japan in
the mid-1990s, where he lived in the temple city of Kyoto. Meeuwsen has exhibited his art at home and abroad, and is now making his debut as a comics artist with 
Zen zonder meester.

ZEN ZONDER MEESTER

Voor Frenk Meeuwsen lijkt een tekening op een Zen-tuin: golvende lijnen op sneeuwwit papier. In die lijnen zoekt hij naar het wezen van Japan, naar waarheid en naar zichzelf. Zijn boek Zen zonder meester is beeldende filosofie.

Drie jaar werkte Frenk Meeuwsen aan de grafische roman Zen zonder meester, waarin hij in 55 korte hoofdstukken zijn zoektocht naar spiritualiteit op papier zet. Door een oogafwijking kan Meeuwsen geen diepte zien, en van die ironie maakt hij als verteller handig gebruik. Veel belevenissen spelen zich af in Japan (hij werkt bij een animatiestudio waar hij droevige meisjesogen tekent), maar hij keert ook geregeld terug naar zijn jeugd in Nederland, met zijn vader als eerste goeroe.
Hoe klinkt het geluid van één klappende hand? Dit beroemde raadsel uit de Zen-filosofie wordt door Meeuwsen simpel opgelost: het 'klinkt' zoals applaus in gebarentaal voor doven wordt uitgebeeld. Natuurlijk maakt hij daar een tekening van, maar deze oplossing is ook kenmerkend voor zijn benadering van spiritualiteit, daar mag je namelijk best om lachen. Met Hollandse nuchterheid gaat hij het Japanse boeddhisme te lijf, en komt zo tot verrassende ontdekkingen.

Zen zonder meester is getekend in strak zwartwit, in de stijl van de Franse tekenaar David B. die Meeuwsen tot zijn grote voorbeelden rekent. In de Aziatische calligrafie is de zwarte penseelstreek op sneeuwwit papier een oefening in concentratie én zwierigheid: de tekenaar moet focussen én loslaten. In de Japanse Zen-tuin zorgen zwarte voren in het witte grind voor patronen die de mediterende monnik kan volgen, om zichzelf te vergeten. Mooi is ook wat Meeuwsen vertelt over de zwarte band die hij kreeg als karateka: als je vaak vecht slijt het zwart eraf, tot er een witte band overblijft. De kunst van de paradox.

Frenk Meeuwsen (1965) studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Daarnaast beoefende hij oosterse vechtkunsten en behaalde hij de zwarte band in karate. Zijn fascinatie voor het filosofisch denken in het verre oosten bracht hem midden jaren negentig naar Japan, waar hij in de tempelstad Kyoto woonde. Meeuwsen exposeerde zijn schilderkunst in binnen- en buitenland, en debuteert nu als stripmaker met Zen zonder meester.